fbpx en passant (1991) | croxhapox

en passant (1991)

crox 18 - 25 instalramen in de Gentse binnenstad (september 1991)
concept: Frank Van den Eeckhout en Hans van Heirseele

De Gentenaar (vrijdag 27 september 1991): KUNST IN HET UITSTALRAAM:
GOEDE ZAAK VOOR DE WINKELS.
-->Pültau

GENT- Als u de komende weken uit winkelen gaat, en u komt plots voor een etalage vol vreemde en onverkoopbare dingen te staan, dan is er veel kans dat u Kunst tegen het lijf gelopen bent. Heel wat winkels hebben namelijk een deel van hun uitstalramen gereserveerd voor een tentoonstelling: En Passant. In totaal 25 kunstenaars of kunstenaar-duo's hebben evenveel uitstalramen van hun bijdrage voorzien. Het is een aardig, wat ludiek initiatief geworden.
De organizator is vzw Croxhapox. Vroeger had die vzw een onderkomen in een pand op het pleintje achter de Sint-Jacobskerk, nu luidt hun adres: postbus 608. Ze zijn dus dakloos; vandaar misschien wel het idee voor
die straatexpositie.
De kunstenaars zijn niet onmiddellijk beroemdheden, dat is ook niet de bedoeling. Croxhapox wil vooral jonge mensen een forum bieden.
Het vertrekpunt ligt in de Sint-Pietersnieuwstraat, in de Backstage. Daar kan je een plannetje of een katalogus krijgen. Daar ook opende Jan Carlier vorige week de tentoonstelling. Hij slingerde een reusachtig gewicht door het glas aan de straatkant. Aan de ketting van deze reuzeslinger hangen twee veertjes: het werk is een metafoor voor de kunst die vanuit haar elitaire ruimte naar de straat wil toespringen. Het devies bij uitstek van deze tentoonstelling.
Vandaar ga je op stap. Langs Marc De Roover die wormen in turf uitspreidde in de etalage van Sensa en langs Renee Lodewijckx, die je aangaapt vanop videoschermen, geplaatst tussen een familie reuze speelgoedkonijnen op een bodem van konfetti: de kunstenaar als carnavaleske nar.
Veel werken maken de etalages een stuk attraktiever, ze brengen er aksenten in aan. Ze geven er een meerwaarde aan, maar die meerwaarde is niet altijd van artistieke aard. Hun verleidelijkheid is van dezelfde
orde als die van een mooie etalage zonder mee. En mooie etalages waren hier al, ook voor deze uitstalramen tot instalramen werden omgedoopt. Misschien dat hier een aantal kunstenaars een ideale branche hebben
gevonden./ Johan Van Geluwe levert één van de sterkste momenten. Achter de onderste vensters van het poëziecentrum legde hij twee kransen: een rouwkrans achter het ene, een lauwerkrans achter het andere. De vensters zijn laag geplaatst, tegen de straat aan, zodatje de indruk hebt in katakomben binnen te kijken. Maagdelijk toegedikte katakomben dan, want buiten de kransen zelf is alles in het wit, ook de lintjes. Het
interessante eraan is dat Van Geluwe met de kontekst speelt, in casu de poëzie. Hij verbeeldt haar kille glorie, schoon en steriel.
De tentoonstelling mag er best zijn, gewoon al om het charmante idee waardoor ze ook niets vermoedende passanten met kunst weet te vangen. Verleidelijk en verwarrend is dat, omdat je plots met iets anders wordt
gekonfronteerd, daar waar je pasklare produkten, ondubbelzinnige dingen verwacht. Jammer misschien dat er te weinig met die idee van het uitstallen gebeurt, want dat is juist het spannende van het koncept.
Het is vreselijk exhibitionistisch, als je er even op doordenkt.
Verder is En Passant vooral een goede zaak voor de winkels. Ook wij hebben weer een paar leuke zaakjes ontdekt. Geen kwaad woord dus. (DP)

Het Volk (september 1991): NIET ZOMAAR UITSTALRAMEN
En Passant
(1) staat op straat, maar brengt toch vijfentwintig instalramen met artistieke aspiraties
auteur BLG

GENT - De vzw Croxhapox, die jonge kunstenaars een plateau wil bieden zonder daar per se munt uit te slaan, zit op straat.
Van de nood werd een deugd gemaakt, een motivitaie was gauw gevonden en het voorbije weekeinde werd de argeloze winkelwandelaar "En Passant" verrast door 25 op zijn minst ongewone uitstalramen.
Het werk van de deelnemende kunstenaars is, enkele uitzonderingen daar gelaten, aan de middelmatige kant.
De straattentoonstelling werd vrijdagavond in Backstage geopend met de voltooiing van het werk van Jan Carlier. Een roestijzeren bol was aan een ketting opgehangen voor het raam waarop een groot vizier getekend stond. Carlier en zijn lief kregen de eer er de ruit mee aan diggelen te gooien.
"In een tijdperk dat kunst steeds meer gesacraliseerd wordt, met musea als nieuwe tempels en galeriehouders al te vaak als hogepriesters, willen wij kunst een essentieel deel laten zijn van het dagelijkse bestaan", zo klinkt de motiviatie van dit opzet in de fotografische mooie catalogus. Wat daar dan concreet van gebakken wordt, laat echter veel te wensen over. De assemblagetechniek viert schijnbaar weer hoogtij. Fragmenten uit studies en oefeningen werden op een hoopje gegooid en van een transparante titel voorzien in de hoop dat het hiermee tot de hedendaagse kunst zou gerekend worden: "Installatie in abstracto" van Jules De Ranter in Double Face, Trommelstraat 4, en "En de zomer is weer bijna voorbij" van Nora De Rudder in Sjapoo, Sluizeken 29.
In de etalage van Sensa (Lammerstraat 17) legde Marc De Roover honderenelf slangen in gebakken klei op een turfgrond. Veruit de mooiste installatie, zeker voor de herfst- en wintermode. De link met de winkel wordt ook gelegd in de installatie van Guy Bleus (Imschoot-uitgevers, Onderbergen 39), die enkele turven uit de wereldliteratuur in een schrijn nagelde en ze met verf telijf ging. Het surrealisme van boven een kinderbed zwevende poppen in een door een aardbeving geteisterde kinderkamer brengen we dan weer minder vlot in verband met vegetarische restaurants (Edwin Carels, Avalon, Geldmunt 32).
In Club (Korenmarkt 1) assembleerde Rudolf De Greef "In-zicht/Uit-zicht" met de daar afgedankte postkaartenhouders. Binnen verontschuldigen zaakvoerders zich voor eventuele ongemakken bij de vewingen.(2) De leestekens van lo(2) Gonnnisen (Onderstraat 26), met een tussen haakjes geplaatste roos, zijn dan een aangenaam rustpunt.

(1) De auteur bedoelt Croxhapox staat op straat.
(2) Vewingen. Er ontbreken wat letters. Een bijzonder kritische doorlichting, niet helemaal onterecht overigens, terwijl het arrogante toontje van BLG tegelijk een zekere vooringenomenheid suggereert.

Gazet van Antwerpen (12 oktober 1991): "En Passant": 25 instalramen in de Gentse binnenstad
auteur: JPA

Croxhapox is een niet commerciële vereniging voor kunstpromotie die aan hedendaagse kunstenaars uit de meest diverse disciplines een plateau buiten het gevestigde circuit aanbiedt. Een van haar doelstellingen is de kunst een essentieel onderdeel te laten zijn van het dagelijks bestaan. Op die manier werden bij een vorig project affiches in de stad opgehangen.(3)
Ook "En Passant", een verzameling van 25 instalramen, doet geen beroep op sacrale cultuurtempels of dure galereien, maar gebruikt de straat als drempelloos toegankelijk museum. In 25 uitstalramen van de Gentse binnenstad hebben evenveel kunstenaars voor eigen werk gezorgd; het biedt de mogelijkheid, onderweg naar om het even waar, "en passant" een hedendaags kunstwerk te bekijken. Dialoog, engagement of knieval worden daarbij voor de rekening van de toeschouwer gelaten.
Tussen de produkties zijn enorme verschillen. De kunstenaars hebben de vrije hand gekregen om vrij te experimenteren. De tentoonstelling moet dus niet als één geheel worden gezien, het is veeleer een ingewikkeld conglomeraat van tekensystemen die elkaar aanvullen, tegenwerken of wederzijds beïnvloeden.
Deze veelheid van media, tekens en codes past perfect in het moderne stadsbeeld dat eigenlijk een geheel is van assimilatie van tekens. Kunst in de stad is zeker niet nieuw als project en de artistieke waarde van deze "tentoongestelde" instalramen zijn sterk variërend.
Een greep uit het heterogene aanbod: Renee Lodewijckx heeft in de Bagattenstraat een leuke installatie gemaakt met een doodskist en een video, Guy Bleus heeft in Onderbergen boeken in bomen gehangen, Johan Van Geluwe kleedde het Poëziecentrum met een lauwerenkrans vernuftig in.
Het huis van Willem Buijs in het patershol(4) is altijd het voorwerp van een instalraam, maar voor de gelegenheid heeft hij er een "itinerarium" van gemaakt. Nora De Rudder toont in het Sluizeken een bizarre compositie van duifvleugels en een beeld, Sjoerd Paridaen en Erik Lagrain hebben in de Ottogracht mooi opsmukwerk verricht en Philippe Flachet stelt in de Kammerstraat een constructie van lampen en emmers voor. JPA
/de foto bij de recensie komt uit de catalogus en toont Willo Gonnissen tijdens de opbouw van zijn instalraam op locatie Onderstraat 26/

(3) JPA bedoelt de eerste editie van crox 17, het foto copy art project.
(4) Willem Buijs (NL) woont in Middelburg. Het permanente instalraam is er een van Philippe Flachet die voor de verandering op een andere plek aan de slag ging.

catalogustekst auteur: Guido De Bruyn
EN PASSANT
Blauwe hardsteen is een koud materiaal. Zou het misschien daaraan liggen? Drempels worden er meestal van gemaakt. Een meestal liggen die dingen nog te hoog ook. Vooral bij musea & galeries voor hedendaagse kunst. De blauwe hardsteen ligt er schier onbevlekt. "De mensen lopen hier gewoon voorbij, meneer!" Terwijl ze wél halt houden voor het eerste het beste uitstalraam. Want kijken kost niets.
Zie, dachten de stichters van Croxhapox (een galerie zonder galerie, zonder die blauwe hardsteen dus): als de berg niet naar Samson komt, gaat Samson naar de berg. Een voorwaar stichtende gedachte. Laat x-aantal kunstenaars installaties maken in uitstalramen. De spontane kijkrefleks van de man in de straat doet de rest. Een beetje hedendaagse kunst is altijd meegenomen. En passant. "Ge moet er maar op komen he meneer."
(niet in de catalogus opgenomen)